Steeds meer tandartsassistenten, preventieassistenten en mondhygiënisten zijn op zoek naar manieren om hun werk uitdagender te maken. Het volgen van een diepgaande en innovatieve cursus anesthesie – waarbij de cursist zelf bekwaam wordt om te verdoven – is daarbij een logische stap. Wil jij je kennis over lokale anesthesie verbreden? Ben jij benieuwd welke innovatieve en pijnloze methode van lokale anesthesie er steeds vaker wordt toegepast bij tandartsen? Lees dan snel verder. In dit artikel beantwoorden wij namelijk de meest gestelde vragen over lokale anesthesie binnen de tandheelkunde.
Pijn is een onplezierige gewaarwording die optreedt bij (dreigende) weefselschade. Dit betekent dat pijn zowel een built-in waarschuwings- als alarmsysteem is van het lichaam. Het geeft aan dat je niet nóg dieper in je vinger moet snijden, niet nóg een keer op het legoblokje moet staan of in het algemeen niet andere onnodige risico’s moet nemen.

Als patiënten bang zijn voor de tandarts, zijn ze vaak bang voor de pijn die ze associëren met een tandheelkundige behandeling. Dit levert stress op bij de patiënt en maakt het voor de tandarts lastig om een behandeling goed te kunnen uitvoeren. Angst voor pijn is een hele natuurlijke en essentiële sensatie, wat mensen beschermt tegen (verdere) verwonding van hun lichaam. Hoewel pijn dus als onaangenaam ervaren wordt, is het letterlijk van levensbelang dat het ervaren wordt. Helemaal nooit pijn ervaren lijkt namelijk in eerste instantie een droom die uitkomt. Maar pijn is dus een essentiële gewaarwording.
Gelukkig ontstaan er steeds meer manieren om patiënten te ondersteunen bij angst voor pijn bij de tandarts, zoals de innovatieve en pijnloze methode van lokale anesthesie; de Quicksleeper, waarover later meer.
Grofweg kunnen we pijn onderscheiden in drie soorten:
Eigenlijk bestaat er nog een vierde soort pijn die we kunnen onderscheiden, maar deze pijn is biomedisch gezien lastig vast te stellen (en te behandelen). Dit is emotionele pijn. Het gaat hier om de pijn van bedrog, pijn van een gebroken hart of pijn van het verlies van een dierbare.
Het zenuwstelsel bestaat uit miljarden cellen die over het hele lichaam met elkaar verbonden zijn en informatie uitwisselen door middel van elektrische impulsen. Sensorische neuronen geven informatie aan de hersenen over de rest van het lichaam, bijvoorbeeld over maaginhoud of over hoe vol de blaas is, zodat de hersenen dat interpreteren naar hongergevoel of de drang om naar de wc te gaan.
Motorische neuronen vervoeren informatie de andere kant op; van de hersenen en het ruggenmerg naar de rest van het lichaam. Zo worden je armen en benen bijvoorbeeld aangestuurd of wordt het op en neer gaan van je middenrif gereguleerd voor een efficiënte ademhaling. Pijnprikkels worden altijd vervoerd via speciale sensorische neuronen; nociceptoren.
Er zijn verschillende soorten nociceptoren die verschillende soorten pijnimpulsen vervoeren. Je hebt bijvoorbeeld langzame, ongemyeliniseerde nociceptoren, die zeurende ontstekingspijnen veroorzaken. Maar ook zijn er snelle gemyeliniseerde nociceptoren, die scherpe nociceptieve pijnen tot stand brengen.
Wanneer een pijnimpuls via een nociceptor en het ruggenmerg de hersenen bereikt, komt deze impuls terecht in hét schakelcentrum van de hersenen: de thalamus. Vanuit de thalamus wordt de prikkel naar overige delen van de hersenen gestuurd. Ten eerste komt de impuls aan in de somatosensible cortex. Hier identificeert het brein de prikkel als ‘pijn’ en wordt degene zich bewust van pijn.
Ten tweede komt de pijnprikkel aan in de amygdala. Dit speciale kleine gebied in de hersenen reguleert emotioneel en motivatie gedrag. De hersenen koppelen de pijnprikkel dus aan een bepaalde negatieve emotie, zoals angst, verdriet of boosheid. Ten slotte wordt de pijnprikkel geassocieerd met een situatie of emotie, zodat er een leerproces optreedt en iemand niet nóg eens die hand in het vuur gaat steken om te testen of het deze keer wél prettig aanvoelt. Dit gebeurt in het geheugencentrum van de hersenen, genaamd de hippocampus.
Vervolgens kunnen de hersenen via motorische neuronen signalen naar extremiteiten terugsturen, bijvoorbeeld om die hand zo snel mogelijk terug te trekken van het vuur om de schade te beperken. Een prachtig beschermingsmechanisme wat razendsnel te werk gaat.
Binnen de tandheelkunde worden verschillende methoden van lokale anesthesie toegepast. Tijdens de cursus anesthesie leren assistenten te werken met de twee meest gebruikte technieken; de infiltratie- en de geleidingsanesthesie.
De Quicksleeper is een innovatieve methode van lokale anesthesie. Wat deze methode zo interessant maakt is dat een verdoving met de Quicksleeper vrijwel pijnloos is. Dit komt door de afwezigheid van zenuwen in het spongieuze weefsel, de plek waar de verdovingsvloeistof wordt toegediend.
Dankzij deze methode ervaren veel patiënten minder angst voor de verdoving en de behandeling. Bovendien is er van onnodige gevoelloosheid van wang en/of lip van de patiënt geen sprake bij het gebruik van de Quicksleeper.
Werken met de Quicksleeper heeft een zeer hoge efficiëntie, waardoor tandartsen de tijd van een afspraak optimaal kunnen benutten: De verdoving werkt altijd en het effect treedt op binnen enkele minuten. Wil jij de Quicksleeper leren toepassen?
Leer alles over deze innovatieve manier van verdoven tijdens de 1-daagse cursus Quicksleeper.
De Wet Beroepen Individuele Gezondheidzorg (BIG) regelt de zorgverlening door beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg, zoals artsen en tandartsen. In deze Wet staan een aantal voorbehouden handelingen opgesomd. Dit zijn handelingen die alleen mogen worden uitgevoerd door een “bevoegde beroepsbeoefenaar”; iemand die zijn diploma heeft behaald. Zo voorkomen we in Nederland dat ondeskundige mensen dingen doen die onaanvaardbare gezondheidsrisico’s meebrengen voor de patiënt.
De Wet BIG noemt een aantal handelingen die aan daarvoor opgeleide mensen voorbehouden zijn om te verrichten. Deze verrichtingen noemt de Wet BIG voorbehouden handelingen. Het geven van een injectie is bijvoorbeeld zo’n voorbehouden handeling.
De Wet BIG onderscheidt twee categorieën:
1) Beroepsbeoefenaren die zelfstandig bevoegd zijn om die handelingen te verrichten en;
2) personen die niet zelfstandig bevoegd zijn om voorbehouden handelingen uit te voeren.
De tandarts zelf is bevoegd tot het geven van lokale verdoving door middel van injectie; hij behoort tot categorie 1. Een tandartsassistent mag injecties geven in opdracht van een tandarts en onder bepaalde voorwaarden; hij/zij behoort tot categorie 2 en is niet zelfstandig bevoegd. Een tandartsassistent mag dus nooit op eigen initiatief injecteren om te verdoven.
Een tandartsassistent mag volgens de Wet BIG alleen verdoven onder de volgende voorwaarden, die allemaal aanwezig moeten zijn:
Een vraag die regelmatig gesteld wordt is wat het verschil is tussen het verdoven van de onder- en bovenkaak. Het antwoord hierop is eenvoudig. De onderkaak is een opzichzelfstaand botstructuur, het zit nergens aan vast. Om het toch voldoende stevigheid te geven is dit een compacter bot dan de bovenkaak. Daarom kunnen vloeistoffen minder goed door dit bot diffunderen. Hier dient rekening mee gehouden te worden tijdens het verdoven.
Alle informatie uit het lichaam wordt via een golf van elektrische ontlading van een prikkelbare cel, zoals een zenuwcel, getransporteerd. Deze elektrische golf wordt het actiepotentiaal genoemd en komt tot stand door een verschil in positieve en negatieve lading binnen en buiten de cel. Een verandering in deze elektrochemische gradiënt brengt een actiepotentiaal tot stand, wat zich net als omgevallen dominosteentjes verplaatst langs de membraan van de zenuwcel, totdat het zijn bestemming bereikt heeft. De membraan vormt de barrière tussen de binnen- en buitenkant van de cel.
Lokale anesthetica voorkomen het ontstaan of de voortplanting van een actiepotentiaal voor pijnprikkels op twee manieren. Ten eerste kunnen lokale anesthetica de weg versperren voor de positieve en negatieve geladen ionen binnen en buiten de cel. Hierdoor kunnen deze ionen 
Ten tweede kunnen lokale anesthetica de structuur van de membraan zodanig veranderen dat een actiepotentiaal simpelweg niet verder kan reizen naar zijn eindbestemming. Vergelijk dit maar eens met een knik in een tuinslang; het water kan niet verder dan de knik.
Download hier het plaatje over het effect van lokale anesthetica
Vasoconstrictors zijn stoffen die zorgen voor bloedvatvernauwing waardoor de doorbloeding vermindert op de plaats waar de anesthetica is toegediend. Hierdoor verspreidt de anesthetica zich minder over de bloedbaan en heeft het een hogere intensiteit. Bovendien hebben anesthetica hierdoor een langere werkingsduur en wordt het minder snel afgebroken en uitgescheiden.
Daarnaast heeft de tandarts dankzij de vasoconstrictors beter zicht op de wond omdat het simpelweg minder bloedt. Een veel gebruikt een welbekend voorbeeld van een vasoconstrictor is adrenaline. Adrenaline is een lichaamseigen stof waardoor de kans op een allergische reactie bij patiënten nihil is. Angstige en gespannen patiënten kunnen overigens voorafgaand aan de behandeling al met een verhoogd adrenalinegehalte de behandelkamer binnenstappen. Om die reden is het mogelijk voor tandartsen om rekening te houden met de hoeveelheid vasoconstrictor die ze kunnen toedienen.
Tijdens de cursus anesthesie leer je onder anderen hoe verschillende complicaties en ziektebeelden invloed kunnen hebben op de werking van het anestheticum en/of vasoconstrictor.
Anesthesie is essentieel voor bepaalde tandheelkunde behandelingen of andere medische ingrepen. Maar een verdoving moet uiteindelijk natuurlijk weer uitwerken. De lever en de nieren zorgen respectievelijk voor het afbreken en uitscheiden van lichaamsvreemde stoffen, waaronder ook anesthetica. De duur van de werking van anesthetica hangt af van de hoeveelheid anesthetica en de hoeveelheid vasoconstrictor dat toegediend wordt.
Dit waren de meest gestelde vragen over lokale anesthesie. Heeft dit artikel jou geprikkeld en wil je meer leren over anesthesie? Bekijk onze cursus anesthesie en de nieuwste innovatieve cursus over de Quicksleeper.
Tijdens de cursus anesthesie krijg je inzicht in de werking van anesthetica in het lichaam op zowel moleculair als cellulair niveau. Daarnaast leer je welke invloed anesthetica heeft op het menselijk lichaam. Onze cursisten geven aan dat ze de cursus verdiepend, uitdagend, innoverend en verrijkend vinden.
Tijdens de cursus is de sfeer ontspannen en vertrouwd en is er voldoende ruimte voor het stellen van kritische vragen. Na het volgen van deze cursus neem jij een belangrijke taak van de tandarts over. Dit biedt de tandarts meer flexibiliteit en het geeft jou meer werkplezier omdat je meer contact hebt met patiënten. Het toedienen van verdoving aan patiënten maakt jouw werk tot slot een stuk uitdagender.
Wij hopen dat je iets nieuws hebt geleerd over anesthesie en dat het artikel je enthousiast heeft gemaakt over dit vakgebied. Heb jij na het lezen van dit artikel andere vragen over lokale anesthesie of over de cursussen? Laat het ons gerust weten via het contactformulier.