In Gewoon Gaaf is het van essentieel belang om je patiënten met positieve communicatie te benaderen om een gedragsverandering tot stand te krijgen. Motivational interviewing is de sleutel tot dit succes.
‘’Een directieve persoonsgerichte begeleidingsstijl om verandering van gedrag te bevorderen door ambivalentie ten opzichte van verandering te helpen verhelderen en oplossen’’ (Miller,2002). Dit vindt plaats in een sfeer van samenwerken, waarbij de zorgprofessional gebruik maakt van verschillende principes en technieken (Miller, 2002).
Hierbij is het van groot belang dat:
Er vertrouwen wordt opgebouwd tussen de zorgprofessional en de patiënt;
De weerstand tegen gedragsverandering vermindert;
De gedragsverandering direct gericht wordt op het volgende stadium van gedragsverandering (Prochaska & Diclemente, 1986).
Bij motivational interviewing (MI) staat de patiënt centraal.
6 fases van motivational interviewing
Precontemplatie In de eerste fase, precontemplatiefase, wordt verandering van gedrag niet overwogen. Patiënten zijn zich in deze fase vaak niet bewust van hun risicogedrag en zijn niet overtuigd dat de voordelen van gedragsverandering zwaarder wegen dan de mogelijke nadelen. Hier informeer je de patiënt over de risico’s en gevolgen op de mondgezondheid. 2. Contemplatie In de tweede fase, de contemplatiefase, wordt de balans tussen voordelen en nadelen van zowel het huidige gedrag als het nieuwe gedrag opgemaakt. Hier wordt uiteindelijk gezamenlijk een doel opgesteld hoe het nieuwe gedrag behaald kan worden. 3. Voorbereidingsfase Deze fase begint als de patiënt concrete plannen heeft om zijn gedrag op korte termijn te veranderen. De patiënt ziet het nut in van de gedragsverandering en wil het proberen. Opzet eigen plan van aanpak en laat de patiënt ook zelf met punten komen. 4. Actiefase In de vierde fase, de actiefase, zijn patiënten bezig om hun gedrag veranderen. Zij zien het belang om te veranderen, hebben er vertrouwen in dat zij dit kunnen en hebben inzicht in de mogelijkheden en brengen deze ten uitvoer. 5. Gedragsbehoud Patiënten in de fase van gedragsbehoud hebben hun ‘nieuwe’ gedrag al meer dan zes maanden volgehouden. 6. Terugval Terugval naar een eerder stadium is gedurende het gehele proces mogelijk. Om tot een blijvende verandering van gedrag te komen, doorloopt de patiënt vaak meerdere periodes van contemplatie, voorbereiding en actie. Het is hier van belang om terugval te voorkomen door interval en halfjaarlijkse controles te bevorderen.
De toepassing van MI kent een vaste volgorde:
Patiënt informeren over de situatie in zijn mond → neutraal de feiten;
Onderzoeken in welke fase van gedragsverandering de patiënt zich bevindt;
Patiënt begeleiden naar de volgende fase(n) door de juiste interventie toe te passen;
Zelfzorgafspraak maken met patiënt.
Belangrijk: zo exact mogelijk en zonder oordeel (neutraal), de patiënt zelf tot nadenken brengen.
Binnen de cursus Gewoon Gaaf laten we je stap voor stap zien welke vragen je kunt hanteren en geven we je tools om het gesprek goed te laten verlopen. Meldt je nu aan.